Intrum Justitia


Ontneming Anno 2016

De ontnemingsvordering die Joep van den Nieuwenhuyzen dit jaar ten laste wordt gelegd, is per 1 januari dit jaar inhoudelijk een stuk veranderd. Eerst werd de Aanwijzing Ontneming van 2003/2013 vervangen door de Aanwijzing Afpakken van 2014¹.
Na een wetsvoorstel uit eind 2009 is dit jaar ook de ontnemingsmaatregel aangescherpt.
Het onderliggende wetsartikel heeft nu een aantal veranderingen ondergaan.

Weggelaten

Zoals ik eerder besproken heb, bepaalde het tweede lid van Art. 36e Sr. dat voor een geslaagde ontnemingsmaatregel de veroordeling voor het begane misdrijf een boete van de 5e cat. moet kunnen opleveren.
Die regel is nu weggelaten.
Dat verandert de zaak van Joep niet, aangezien hij is veroordeeld voor een misdrijf (omkoping en valse overeenkomst) die werd bedreigd met de 5e categorie.
In het derde lid van 36e Sr. werd bovendien nog vooropgesteld dat tegen de betrokkene een SFO (Strafrechtelijk Financieel Onderzoek) werd ingesteld.
Die regel is ook weggelaten.
Dat verandert deze casus niets, want van den Nieuwenhuyzen heeft acht jaar lang een SFO gehad.

Common Law

Wat in zijn geval wel verandert, is de nieuwe bepaling in lid 3 van dat artikel;
Art. 36e lid 3 (onder a en b) bepaalt dat bij veroordeling van een misdrijf dat (zoals voorheen in lid 2) bedreigt wordt met een geldboete van de 5e categorie, alle uitgaven en verworven voorwerpen van zes jaar voorafgaand aan het gepleegde misdrijf WVV (wederrechtelijk verkregen voordeel) hebben opgeleverd, indien dit aannemelijk is gemaakt.
Zelfs voor vermogen dat uit andere strafbare feiten verworven zou zijn.

Hier wordt het interessant;
Geïnspireerd door het ontnemingsrecht uit het Verenigd Koninkrijk, waar de betrokkene, ingeval hij er een ‘criminal lifestyle’ op nahoudt, wordt verplicht om inzicht te verschaffen in de herkomst van zijn vermogen, omdat alle inkomsten uit de voorafgaande zes jaar worden geacht afkomstig te zijn, of in verband staan met de criminele feiten waarvoor hij is veroordeeld. De toevoeging ‘…of andere strafbare feiten’ in lid 3 kan hier gelezen worden als een vertaling van de Engelse term ‘criminal lifestyle’ uit de Common Law.

Zes jaar

De zes jaar-regel die hier is toegevoegd, bepaalt dat alle uitgaven en verworven voorwerpen in de zes jaar voorafgaand aan het plegen van dat (5e cat.) misdrijf voordeel hebben opgeleverd.
Nu zal het OM in de huidige ontnemingsvordering hier (vooralsnog) geen beroep op doen. Immers wordt de betrokkene (v.d. Nieuwenhuyzen) verweten langs zijn firma’s wederrechtelijk verkregen voordeel te hebben genoten van alle leningen die hij op basis van de bestreden garanties kon dekken, waarop hij de kredieten kon trekken.
De afspraak was ‘…twee jaar trekken – drie jaar aflossen’, dus het voordeel van de genoten leningen ligt zeker niet voorafgaand aan het gepleegde feit, maar juist daarna.
Goed beschouwd liggen beide vermeende voordeel-scenario’s (Deel I en Deel II in het verzoekschrift: Voordeel uit resp. herfinanciering en voordeel uit leningen) pas na de garantie- verstrekking, die het OM hier kennelijk houdt voor een misdrijf, nu de omkoping van Scholten volgens het Hof is bewezen. Toch was hij wel bevoegd deze te verstrekken.

De halve vermogensvergelijking

De zes jaar-regel zal het OM helaas weinig opleveren. Maar zoals u wellicht kent van Justitie, zou het wel een processuele prikkel op kunnen leveren als onderhandelingsmiddel. Bijvoorbeeld voor een gunstige schikking (Justitie doet aan deals).

Stel je voor dat de betrokkene van zes jaar voorafgaand aan het gepleegde feit van elke gestelde vermogenstoename moet aantonen dat die uit legitieme inkomsten zijn verworven. Dat zijn er nogal wat geweest, en bovendien spreken wij hier van bijna twintig jaar geleden! De vermogensvergelijking in deze regel is niet nader uitgelegd, wat betekent dat tegen elke gestelde verrijking een legitieme verklaring wordt verlangd. Want ook indien het niet meer te achterhalen, of onduidelijk is of een vermogenstoename legaal was, mag deze als WVV worden beschouwd; Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straßbourg achtte deze benadering (de halve vermogensvergelijking) niet in strijd met de onschuld-presumtie². Dit betekent dat men niet eerst hoeft te bewijzen dat de bestreden vermogenstoenames vals zijn.
In dat geval een akelig vooruitzicht voor Joep.

Overgangsrecht

Nu zullen deze splinternieuwe veranderingen in art 36e Sr geen volledige werking op van den Nieuwenhuyzen kunnen hebben, nu de ontnemingsprocedure is aangespannen in 2015, en bovendien de feiten nog veel eerder zijn gepleegd. De ‘ontnemingswet’ dateert van 1 maart 1993, waarna zij per 8 mei 2003 is gewijzigd en in werking getreden per 1 september 2003. De veroordeelde asset-overeenkomst dateert van einde zomer 2004, en de omkoping van januari en november 2002. De garantieverstrekkingen, maar ook de herfinanciering (overname van 40 miljoen aan vorderingen voor €1) zijn ieder weer op andere tijdstippen gepleegd. Dat wordt een hele puzzel.
Bij strafrechtelijke (materiële) wetsveranderingen ten nadele van de verdachte geldt het verbod van terugwerkende kracht.
Bij strafrechtelijke (materiële) wijzigingen ten voordele van de verdachte gaan de nieuwe regels enkel terug tot het delictsmoment, indien er sprake is van veranderd inzicht bij de wetgever.
Alle strafvorderlijke (formele) wetsregels van na 2011 echter, gaan wel onmiddellijk in.

Het OM heeft zich in de kwestie van het overgangsrecht bij de Wet verruiming voordeelontneming aanvankelijk nog op het standpunt³ gesteld dat eerst beoordeeld dient te worden of de wetgever van inzicht is veranderd in de strafwaardigheid, en dan pas of deze nadelig is voor de verdachte.
Deze redenering zou ertoe leiden dat alle wijzigingen (ook de nadelige) die niet van een gewijzigd inzicht getuigen, dus direct van toepassing zijn.
Overgangsrecht is complexe materie.

Beoordeling

Gelukkig hoeven partijen zich daar voorlopig geen hoofdbrekens op te halen, nu eerst beoordeeld dient te worden of de maatregel mag worden toegepast op de niet-bewezen faillissementsfraude, en/of zij zelfs kan worden toegepast langs de omkoping (de OvJ spreekt liever van ‘corruptie’) die steunt op Deel II van de ontnemingsvordering.

Subsidiair zal moeten worden beoordeeld of de rechtbank de uitspraak van de Hoge Raad moet afwachten in deze twee kwesties. De één behandelt een vrijspraak, de ander een veroordeling. Het kan nog alle kanten op.

Dan is er nog de veroordeling voor antedatering van de asset-overeenkomst. Ook 5e categorie, dus langs de oude wetsregel vatbaar voor ontneming.
Echter was hier ‘slechts’ 18 miljoen mee gemoeid, en zal er geschat moeten worden hoeveel voordeel er behaald is met het verzetten van die datum. In dit geval is die rechtshandeling (verkoop van assets) door de getroffen boedel reeds vernietigd, en is haar nadeel bovendien reeds tegen finale kwijting afgekocht.
Voor een miljoen of zeven.
Door de betrokkene zelf.

Van den Nieuwenhuyzen kàn het dus moeilijk krijgen in deze zaak. Voor het Openbaar Ministerie zal het daarentegen ook niet gemakkelijk worden. Er valt heel wat te beoordelen voordat er aan een raming begonnen kan worden. Mits de rechtbank de zaak zal willen aanhouden, uiteraard.

Samenloop

De strijd zal er niet minder spannend om worden. En misschien zelfs interessanter; Er zijn voor de volgers van deze casus saillante vragen te beantwoorden, zoals;
Hoe kan er WVV ontnomen worden uit transacties waar in faillissements- en civiele procedures al schikkingen zijn getroffen?
Justitie zal ook op een schikking aan willen sturen, maar kan dat tweemaal op hetzelfde feit?

En; Hoe kunnen de RDM-firma’s voordeel behaald hebben uit verliezen? Kredietverliezen die door de civiele rechtspraak ten dele aan de getroffen banken zelf wordt verweten?
Barclays heeft voor de vordering van 19 miljoen in 2006 een schikking moeten treffen met het Havenbedrijf van €0,00. Voor haar vordering van 49 miljoen heeft zij in 2009 bakzeil gehaald bij de Gemeente Rotterdam, omdat zij volgens het Hof zelf niet voldeed aan haar onderzoeksplicht.

Residex Capital kan haar onbetaalde vordering van 19 miljoen op het havenbedrijf (MD Helicopters) nog moeilijk verhalen, vanwege verboden staatssteun. Bovendien oordeelde de Hoge Raad in 2013 dat het Gerechtshof eerst nog dient te beoordelen of ook Residex langs SP-Aerospace als begunstigde van de garanties moet worden aangemerkt.
Die beoordeling zal moeten vertrekken vanaf het moment dat de garanties werden verstrekt, en niet vanaf het moment wanneer deze werden ingeroepen.

De Commerz-bank zag haar vordering van 20 miljoen nog medio 2014 terugverwezen worden van Het Europese Hof van Justitie naar de Hoge Raad.

Verzekeringsbank Atradius (NCM) heeft de 32 miljoen van het Fennek-project (Arge) terugbetaald aan Defensie, maar voor de bestreden 18 miljoen is reeds, zoals boven beschreven, geschikt. De rest van het krediet is over gegaan met de nieuwe Duits-Nederlandse constructie.

Tot het gaatje

Kommer en kwel dus voor die getroffen banken. Er is er nog niet een die haar nadeel mag vorderen.
De OvJ is er voor het publieke belang en de openbare orde. Om het recht te herstellen.
Als het geschonden recht dan grotendeels al elders in de rechtspraak is hersteld, voor welk belang strijdt het OM dan nog altijd? De miljoenen waar zij van spreekt bestaan uitsluitend uit verdampte kredieten.
Van zakenbanken.
Die nog niet zomaar hun geld mogen opeisen.
Systeembanken werden met belastinggeld gered, en zijn hier niet bij betrokken.
Maar wat als er straks zeg, 100 miljoen buit gemaakt wordt door Justitie?
Willen die beschadigde zakenbanken dan geen deel van de opbrengst hebben? Het is, of was, tenslotte hun geld.

Laat Justitie zich hier voor duur incassobureau inspannen?
Haar naamgenote, het incassobedrijf met de naam Intrum Justitia, staat ironisch genoeg alom bekend om inning van reeds betaalde, of niet meer afdwingbare vorderingen van cliënten.

Die gaan tot het gaatje, is de ervaring.

Merkwaardig.

 

 

 

voetnoten:


¹ Deze zien toe op alle beslag- en uitwinningsvormen en formaliteiten, maar ook op uitvoering van bijvoorbeeld Strafrechtelijk Financieel Onderzoek en benadeelde derden.

² (Van Offeren v. the Netherlands) EHRM 5 juli 2005, appl.nr. 19581/04

³ C.J. Zweers en H.G. Punt Overgangsrecht bij de wetswijziging per 1 juli 2011, BOOM-nieuws juli 2011 nr. 61 pag 7-12, Hof Leeuwarden 18 oktober 2011 standpunt van de A-G LJN BU1645

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s