De bank en valse zekerheidstelling


BY 4476

Uitspraak van 27 november 2012

De Rabobank verstrekt een lening aan een gehuwde man, zonder dat de echtgenote erbij betrokken is en voor de borgtocht tekent, die vereist is in deze transactie. De zaak leidt tot tekortkoming in de nakoming, waardoor de vrouw kennis neemt van de lening. Zij beroept zich op nietigheid van de gesloten lening.
De bank was niet te goeder trouw.
 
 

LJN: BY4476, Gerechtshof Leeuwarden , 200.076.207/01

Borgtocht.

De krachtens artikel 1:88 lid 1 sub c BW vereiste toestemming van de echtgenote ontbreekt. De man heeft de handtekening van zijn vrouw vervalst. De vrouw heeft zich middels een buitengerechtelijke verklaring op de nietigheid van de borgtocht beroepen. Het beroep van de bank op goede trouw als bedoeld in artikel 1:89 lid 2 BW wordt verworpen. De bank stelt de akte van borgtocht naar het huisadres van de vrouw te hebben opgestuurd en vervolgens het stuk voorzien van de (naar achteraf gebleken vervalste) handtekening van de vrouw te hebben terugontvangen.

Van een professionele partij als de bank mag worden verwacht dat zij verifieert of de vrouw daadwerkelijk akkoord ging met de borgstelling. De bank beroept zich voorts op verjaring van de bevoegdheid tot vernietiging (artikel 3:52 lid 1 sub d BW). De verjaringstermijn is aangevangen op het moment dat de vrouw van de borgstelling op de hoogte is geraakt. De bank krijgt een bewijsopdracht ter zake van haar stelling dat de vrouw op het tijdstip van het uitbrengen van de vernietigingsverklaring reeds meer dan drie jaar met de borgstelling bekend was.

De bank beroept zich subsidiair op een onrechtmatige daad van de man, hierin bestaande dat hij de handtekening van diens echtgenote heeft vervalst. De man beroept zich (onder meer) op eigen schuld van de bank (artikel 6:101 BW). Het in artikel 1:88 BW geregelde toestemmingsvereiste van de andere echtgenoot strekt ertoe de echtgenoten, in het belang van het gezin, tegen elkaar te beschermen tegen het verrichten van rechtshandelingen die gezien het voorwerp of de aard daarvan benadelend zijn of een groot financieel risico meebrengen.

Gelet op deze ratio heeft de voor bescherming van de wederpartij gestelde eis van goede trouw, zoals neergelegd in artikel 1:89 lid 2 BW, in een geval als dit, waarin de wederpartij een professionele instelling is, reflexwerking ten aanzien van iedere vordering tot betaling die feitelijk neerkomt op nakoming van de betreffende overeenkomst waarvoor de toestemming van de andere echtgenoot ontbreekt. De omstandigheid dat de bank haar onderzoeksplicht naar de echtheid van de handtekening van de echtgenote heeft geschonden, moet onder de gegeven omstandigheden worden geacht in gelijke mate als de gedraging van [D] aan de schade te hebben bijgedragen. Gelet op de hiervoor weergegeven ratio van artikel 1:88 BW eist de billijkheid dat de eventuele vergoedingsplicht van de man hierdoor geheel vervalt (artikel 6:101 lid 1, slot BW).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s