Havenbedrijf benadeelde zichzelf


Herfinanciering

Het onderscheiden van boekwaardes of het ontrafelen van jaarstukken en balansen vereist een geoefend oog. Dat geldt ook voor quick-scans en accountantsrapporten. Zelfs het begrip herfinanciering kan voor verwarring zorgen. Kwestie van ervaring en kennis. Afgelopen dinsdag was prof. dr. Arnout Boot nog genoodzaakt om de onderzoeksjournalisten van Nieuwsuur te verbeteren, toen deze stelden dat er ‘straks’ misschien wèèr 7,2 miljard euro van de ECB klaar staat om aan Griekenland te lenen. Boot, hoogleraar in ondernemingsfinanciering en financiële markten aan de UvA, die uitgenodigd was in de studio over deze kwestie, moest eerst nog even uitleggen dat het hier niet gaat om geld dat ‘straks’ naar de Grieken zal stromen. Het betreft hier een herfinanciering. Geld dat naar het IMF gaat om de oude geldverstrekkingen te herfinancieren. Als Boot niet had verbeterd, had ik als kijker een heel andere indruk gekregen van de belangen die hier dienden. Het bleek maar weer hoe moeilijk het soms kan zijn om financiële documenten die juridisch zijn gewaarborgd, goed te kunnen lezen. Zelfs voor onderzoeksjournalisten.

Bevoordeling Havenbedrijf

Zoals inmiddels wel duidelijk mag zijn, ontstond het Havenschandaal uit ophef en kennelijke onbekendheid van media en justitie met de herfinanciering van reeds opeisbare garanties. Bankgaranties van het Gemeentelijk Havenbedrijf (GhR), die dienden om de ongewenste onderzeeboot-deal met Taiwan te compenseren, waarop zij weer regres had op de RDM groep als geheel. De groep vennootschappen en concerns van Joep van den Nieuwenhuyzen konden alsnog worden aangesproken. Omdat het Havenbedrijf per 1 januari 2004 privatiseerde, en zich statutair verplicht had toe te zien op de drie kerntaken van het havenbedrijf, was het voor de herfinanciering van belang dat de zekerheden (niet alleen de bezwaarde bedrijven, maar natuurlijk ook hun balansen) beantwoordden aan deze doelstellingen (1; ontwikkeling en exploitatie van de Rotterdamse haven 2; zorgen voor efficiënt, veilig en schone verwerking van scheepvaartverkeer 3; verbetering van woon-, werk- en leefklimaat in de regio Rotterdam). Hiervoor dienden niet alleen de activa, maar ook de passiva van deze drie vennootschappen gezuiverd te worden van alle rechtsbetrekkingen die buiten deze omschrijvingen vielen. Vandaar dat intercompany-schulden, maar ook vorderingen aan bijvoorbeeld andere concern-vennootschappen van van den Nieuwenhuyzen daaraan in de weg zouden staan. Immers, als die bedrijven onder de boekhouding van MHR (Mainport Holding Rotterdam) bijgeschreven mochten worden, maar naderhand alsnog agio of rekening-courant vorderingen aan vennootschappen van Joep te verrekenen hadden, werd alles niet alleen omslachtig, maar raakte deze balansen ook verstrengeld met activiteiten die niets met de haven te maken hadden. Zo werden dus niet enkel de afwijkende vorderingen, maar ook overeenkomstige schulden naar Elite Holding overgedragen, die voor het nadeel dat dit haar zou opleveren, zich door de bewuste herfinanciering verlost zag van verdere regresverplichtingen. Voor bepaalde tijd uiteraard, want een keer is de rekening vereffend.

Boekwinst is papieren winst 

De overgedragen vennootschappen en activa betroffen onder andere het schip de Rotterdam, het Colocation Centre in Frankfurt (data-opslag is ook belangrijk voor digitaliserende havens), en RDM-TDS. De actuele waarde van deze drie ondernemingen vertegenwoordigden nog niet de volle honderd miljoen, maar met de juiste investeringen zouden deze niet alleen flink in vermogen toenemen, maar ook in kasstroom. Boekwinst. Bovendien werd er nog een extra zekerheid gesteld indien na drie tot vijf jaar onvoldoende waarde gegenereerd zou worden door de nieuwe bestuurders. Onderzeebootbouwer Dok & Werf, die per 2012 en 2013 nog goed was voor een nettowinst van gemiddeld acht miljoen, en een resultaat voor de Belasting van vier tot zeven miljoen euro noteerde, zou als extra zekerheid kunnen dienen indien zaken mochten tegenzitten in de komende vijf jaar. Een bank zou er van smullen. Dat deden zij ook. Anders zou de herfinanciering niet gesloten zijn.

De som van de bestreden transacties (voornamelijk vorderingen) waarvan de startbalansen gezuiverd dienden te worden omdat deze met de havenactiviteiten niet overeenstemden, en derhalve werden overgedragen aan een ander vehikel van de topondernemer, bedroegen pakweg tweeënveertig miljoen. Datzelfde gold voor de onwenselijke schulden. Voormeld gegeven gaf reden voor het Openbaar Ministerie om te suggereren dat van den Nieuwenhuyzen wel veertig miljoen naar een persoonlijke bankrekening moest hebben gesluisd ten tijde van de herfinanciering. Van overname van schulden werd gezwegen. Omdat een gemiddeld mens met veertig miljoen op de Bahama’s zichzelf voor lange tijd gemakkelijk zou kunnen onttrekken aan strafrechtelijke vervolging, werd hij (in Zwitserland) gearresteerd en pas na betaling van tien miljoen euro borgsom voorwaardelijk vrijgelaten.

Benadeling per saldo

Dat het hier niet om cash ging, mag inmiddels duidelijk zijn. Vorderingen zijn nog geen gevulde bankrekeningen (banksaldo’s zijn wel vorderingen, overigens). Pas op het moment dat deze vorderingen te gelde worden gemaakt, zal overigens blijken hoeveel daar nog van te innen valt. Het merendeel betrof intercompany-vorderingen op vennootschappen die over te weinig of geen middelen meer beschikten. Die moeten dan worden afgewaardeerd;

text3336

Een nominale vordering als die van SSR bijvoorbeeld, van rond de 19 miljoen op RDM-TDS, die per augustus 2004 zelf een negatief eigen vermogen bezat van 33 miljoen, resulteert dan in een reële vordering van zo’n 10,5 miljoen (19 nominaal delen door 74,5 aan passiva maal 41,5 aan activa maakt 10,5). Een vordering van bijvoorbeeld SP op RDMH vond haar oorsprong nog in een oude tijd dat de groep een verlies leed van circa veertig miljoen euro. Die bewaar je totdat RDMH aanzienlijke winst gaat maken. Een beetje afschrijven nog, want de vlieger gaat niet eeuwig op. Omdat RDMH er ten tijde van de overdracht inmiddels slecht voor stond, kon ook hier geen waarde aan worden ontleend.

Dat een aanmerkelijk deel van de overgenomen vorderingen een aanzienlijk lagere waarde vertegenwoordigden, maakt niet dat de overgenomen schulden óók minder waard zijn. De meeste schulden zijn aan de bank. En gezekerd.

Benadeling van debiteuren?

De lezer zit ernaast als hij denkt dat ‘Joep’ kennelijk niet zuinig was op deze ‘weggegeven’ bedrijven. De bestreden herfinanciering zat vol package-deals en duidelijke voorwaarden. Zo werd bedongen dat van den Nieuwenhuyzen’s dealmaker en bestuurder Leo van der Voort een zetel kreeg in een van de bezwaarde vennootschappen om er op toe te zien dat de beloofde verdere investeringen door het havenbedrijf werkelijk zouden worden nagekomen, en dat de bedrijven als zodanig zich serieus zouden inzetten om het eigen vermogen te versterken en winstmaximalisatie te realiseren. Het havenbedrijf zelf heeft echter de vennootschappen van de groep benadeeld door zich niet volgens afspraak aan de investeringsinjecties te houden. Deze had Joep juist nadrukkelijk bedongen in de overeenkomsten, en niet alleen om continuïteit te waarbogen (deugdelijk houderschap), maar ook omdat bijvoorbeeld in het geval van SS Rotterdam zich ook huurders bevonden die zèlf investeerden. Zulke belangen moesten daarmee worden beschermd.

Men zou in casu kunnen spreken van benadeling van debiteuren. En niet van “Een kat in de zak” zoals commissaris de Boer aanvankelijk beweerde, waar hij later overigens op terug kwam toen hem (te laat) bleek dat bijvoorbeeld het CCF (Colocation Centre Frankfurt)  een up-to-date data-hotel voorstelde waar in het verleden reeds meer dan 82 miljoen euro in was geïnvesteerd, en waar grote, belangrijke huurders in zaten zoals de Duitse Beurs, de Duitse Interpay en Luchthaven Frankfurt en waarop bovendien Google een serieus oog had laten vallen. Gesprekken waren in volle gang. Het havenbedrijf zag er niets in, en liet het de curator in de etalage zetten. Die heeft er later een opbrengst uit gehaald (slechts 2,7 miljoen) die voor hem ruim voldoende was om er zijn salaris van te betalen. Die bui had Joep al zien aankomen, en had daarom een belang van vijf procent in de vennootschap laten zitten, om inspraak en bezoekrecht te behouden in de algemene vergadering van aandeelhouders. Tevergeefs.

Alleingang

Kort na de herfinanciering brak het Havenschaal uit. Willem Scholten werd als bestuurder aan de kant gezet door het inmiddels verzelfstandigde havenbedrijf. Hij had er alles aan gelegen om de economische belangen van de Rotterdamse haven- èn werf-industrie te dienen. Het bankroet van RDM Submarines in april 2004, gevolgd door faillissement van defensiefabrikant SP (augustus) dreigden de ondergebrachte RDM groep te ondermijnen.

Wat Scholten verweten kan worden, is dat hij de Gemeente Rotterdam en de Staat als aandeelhouders niet betrokken heeft bij de herfinanciering. Politiek is een slangenkuil, en besluiteloos bovendien. Een fatale combinatie wanneer de zaak onder druk staat, zo wist hij. Willem heeft, nog voor zijn aanstelling in 1990, olietankers moeten bergen in de Golfoorlog Iran/Irak. Bruggen moeten slaan, om erger te voorkomen. Als directeur bij Smit had hij zijn kwaliteiten juist ontwikkeld tussen krachtvelden die niet om standaardoplossingen vroegen. De reële dreiging en de praktische gevolgen van een boycot kende hij van binnen en van buiten. “(…) Ik was geen standaard ambtenaar.” 

Zo bleven de oorspronkelijke garanties buiten het jaarverslag, omdat het juridisch bezien ontbrak aan materialiteit. Per saldo hadden de garanties geen invloed op de baten en lasten. “(…) Als ze een risico vormen, moeten ze in de risico-paragraaf.” Het is echter opmerkelijk te noemen dat zijn bevoegdheid ter discussie staat. Zijn tijdelijk vervanger (Smits) was namelijk ook onbeperkt bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen.

Onthouden verklaringen

Dat het havenbedrijf in 2004 besloot om op eigen initiatief faillissement aan te vragen voor RDM, had er volgens achtergehouden verklaringen uit de FIOD-verhoren mee te maken dat het bestuur en de RvC van MHR (Mainport Holding Rotterdam) geen besef hadden van de onderliggende waardes die alle activa van de vennootschappen inhielden. Termen als WIP (onderhanden werk) en SMS (slow moving stock) zeiden de toezichthouders niets, blijkt uit getoonde documenten. Kennelijk waren de honderden gezinnen die afhankelijk waren van deze bedrijven niet belangrijk genoeg voor de bestuurders en commissarissen (wethouder van Sluis was president commissaris) om er een cursus balansen lezen aan te besteden. Die kun je declareren. De benodigde documenten voor de vergaderingen van de RvC werden aangeleverd door Smits, die kennelijk niet bekend was met value-gaps en value-stretches. Bovendien bleken de bestuurders, evenals justitie, ook al niet bekend met het verschil tussen liquidatie- en Going Concern-waardes. Smits hield zich meer bezig met zijn wettelijke taak: “(…) Ik zit in een glazen huis. Ik ga alleen doen wat met de kernactiviteit van het havenbedrijf te maken heeft. (…) Ik zit in een glazen huisje. Kan mij niet schelen wat Willem heeft afgesproken!”

Buiten de herfinanciering en de raamovereenkomst had van den Nieuwenhuyzen destijds reeds Willem Scholten op het hart gedrukt dat voor de financieringen onder de twintig miljoen euro het havenbedrijf nòòit aangesproken zou worden. Dat betrof een mondelinge afspraak. “(…) De moeilijkste beslissing in deze vervolging door zowel politiek als justitie was voor mij de Barclays en de Hutchinson-lening.” Joep beefde bijna tijdens deze reflectie in zijn slotwoord: “Ik had Willem beloofd dat die nooit voor rekening zou komen van het Havenbedrijf. Willem was al weg, en de nieuwe bestuurders lieten alles klappen. (…) Dat was de moeilijkste beslissing. Ik had het Willem beloofd. Het heeft mij twintig miljoen gekost…”  

Verrekening

Inmiddels heeft justitie na elf jaar vervolging, en slechts enkele weken verwijderd van de uitspraak, besloten om alsnog een ontnemingsvordering in te stellen. Waren ze vergeten. Op 19 september zal de zaak gaan dienen. Als voorschot is er beslag gelegd op 1,5 miljoen euro, volgens de Telegraaf. Verder vertelt het bericht niets. Gaat het om echt (giraal) geld? Of ligt er soms beslag op een vordering? Dan kan de opbrengst nog wel eens tegenvallen. Joep zal er niet van wakker liggen, want vanaf 30 juni zal het OM 10 miljoen euro moeten gaan reserveren om aan de verdachte terug te betalen. Vrijspraak of niet. Ook zodra hij zich na veroordeling netjes bij de prinsemarij meldt, is er nog 10 minus 1,5 = 8,5 miljoen euro te verrekenen. De vluchtgevaarlijkheid steunde namelijk op een vermeende onttrekking van veertig miljoen euro naar een onbekende bankrekening. Daarvan is na elf jaar echter nog niets gebleken…

DSCF9251-2

Wie de waarheid zoekt, kan beter zelf gaan kijken

Advertenties

2 gedachtes over “Havenbedrijf benadeelde zichzelf

  1. Pingback: Visserslatijn | Het veemgericht

  2. Pingback: Havenbedrijf benadeelde zichzelf | Het veemgericht

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s