De zaak ‘Golf’ aan het rollen


Doorbelasting

Geplaatst 13 apr. 2013

Het Openbaar Ministerie heeft hier en daar moeite met de doorbelasting en de facturering die in de boekhouding is aangetroffen bij de voormalige bedrijven van Joep van de Nieuwenhuizen. Ook is het haar niet altijd gelukt demetadata van digitaal opgestelde documenten op de juiste wijze te interpreteren of toe te passen, waar het gaat om bewerkingen te dateren. Zo bleek afgelopen vrijdag op de vijfde zittingsdag in de zaak ‘Golf’.

De veronderstelling dat interne doorbelasting iets is voor boekhouders, – “Het is toch vestzak broekzak, en meer iets voor de fiscus?” – houdt al jaren geen stand meer. Transfer pricing is voor grote bedrijven van (over)levensbelang.

In grote ondernemingen is het voor de top van organisaties ondoenlijk de gehele operatie tot op de werkvloer aan te sturen. Om die reden zijn veel grote ondernemingen onderverdeeld in divisies, business-units of werkmaatschappijen. Dat zijn dan weer eigen bv’s. En waar deze bedrijfsonderdelen elkaar goederen of diensten leveren, spelen interne doorbelastingen een belangrijke rol. Maak-industrieën passen transfer pricing al decennia toe.

De afgelopen tien tot twintig jaar is het voor financiële instellingen, banken en energiebedrijven noodzaak om verschillende werk- en beheermaatschappijen te hebben. Soms om deze te kunnen verdelen op de meest gunstige fiscale staten.

Over de verschillende interne verreken-systemen in ondernemingen komt doorgaans niet veel naar buiten; het gaat immers vooral om een intern kostensysteem, waar klanten, leveranciers of concurrenten niet snel mee te maken zullen krijgen. Het belang van deze doorbelastingen is voor de balanspositie zeer groot. Fiscaal gezien is de plaats van vestiging voor bepaalde divisies van belang. Denk aan off-shore constructies, en arbeidswetgeving of aanbestedingregels.

Controller

De productie-industrie heeft de interne verrekeningsproblematiek eigenlijk redelijk op orde. Hier zijn CFO’s en controllers al decennia bezig met management accounting. Dit gaat niet altijd op voor bijvoorbeeld banken en verzekeraars. Op de eerste plaats is management accounting daar slechts een paar jaar oud. Deze rijke bedrijfstakken hadden nu eenmaal tot voor kort geen huishoudboekje of kostprijzen nodig. Financiële instellingen zijn steeds meer internationaal gaan werken, en zij hebben bepaalde centrale diensten als ICT, Finance en HR ondergebracht in aparte organisatorische eenheden. Transfer pricing is zowel vanuit bedrijfseconomisch als fiscaal oogpunt  steeds belangrijker. Veel meer dan 10 jaar geleden het geval was, krijgen bedrijven te maken met doorbelasting.

Bijna tien jaar geleden begon een onderzoek naar onrechtmatigheden bij het Rotterdams Havenbedrijf en verschillende bedrijven die door Joep van de Nieuwenhuizen werden aangestuurd, kort na het Havenschandaal naar aanleiding van de door Willem Scholten verschafte (nietige) bankgaranties.

Smiley

Vandaag werd de controller van de holding door het OM aan de tand gevoeld. Deze leek hem even voor een administratie-klerk te houden, en vroeg hem naar een aantal handgenummerde facturen. Volgnummer 016 kwam driemaal voor. De controller was er om rapporten over de balanspositie op te stellen. Om analyses te maken. Niet om facturen te schrijven of te nummeren.

Voor facturen die dateren van halverwege het boekjaar is 016 overigens geen groot getal, dus kennelijk hebben we te maken met een afdeling die niet massaal factureerde. Doorgaans is het dan gebruikelijk dat nummering handmatig gebeurt. Soms bel je even naar de administratie om te vragen welke factuurnummers nog beschikbaar zijn. Abusievelijk is hier het volgnummer niet ververst. Kom je later pas achter. Kwestie van even doorhalen, en een ander nummer ernaast schrijven. Is ook gebeurd. Door de controller, want die had hem geparagrafeerd. Hij had er ook een smiley naast getekend. Zeer verdacht vond het OM. Het lachte ook brutaal naar je. Ook naar de FIOD-ECD in de data-room. En naar de scanners en kopieermachines in Heerlen, waar de meer dan 180.000 documenten zijn gecategoriseerd, gedigitaliseerd en genummerd. Ging ook niet altijd goed. Kom je later pas achter. Sommige documenten hebben helemaal geen dossiernummer.

Aan beide zijden van de rechtszaal zijn speciaal voor de zaak ‘Golf’ twee enorme monitors van wel 50 inch opgehangen aan beweegbare armen. Daar wordt door de tientallen mappen gebladerd, tegelijk met de zeven andere schermen en acht laptops. De data komt uit een professionele server in de hoek van de zaal. De behuizing meet zo groot als twee flinke koelkasten. De 50 inch monitors tonen de documenten. Het is een piepkleine smiley. Hij knipoogt.

Metadata

Het gaat in kwestie om facturen die inderdaad te maken hebben met de interne doorbelasting, want er zat een factuur bij van meer dan elf miljoen aan een zuster- of dochteronderneming. Ook heeft Wilton Fijenoord Holding in het boekjaar waarin niets of nauwelijks meer gebeurde (enkele dochterondernemingen waren toen reeds gefailleerd) een flinke verliespost aan de fiscus opgevoerd. Dertig, veertig, of wel vijftig miljoen. Het OM zit met een raadsel. Joep niet. Die bespeurt liquidatie-verliezen.

Als een onderneming waar je nog voor dertig miljoen mee hebt te verrekenen failleert, heb je recht op compensatie. Ook als je dat pas twintig jaar later besluit af te boeken. Doet de fiscus ook. De fiscus houdt rekenschap met doorgezakte assets en afwaarderingen. Joep ook. Agiostortingen, herwaarderingsreserves, noem maar op. Vertel hèm wat. De aanklager zwijgt.

Terug naar de factuurnummers dan maar. Dan is er nog de kwestie van de metadata. Die is nog niet opgehelderd, volgens de verdediging. Het OM beweert dat in het onderzoek de metadata van bepaalde overeenkomsten en ook de bestreden facturen laten zien dat deze digitale documenten later zijn afgedrukt (of bewerkt, gekopieerd, verplaatst) dan de datum op de akte beweert. Sommige documenten bleken op de seconde nauwkeurig gelijktijdig opgesteld èn afgedrukt. Zelfs geantedateerd. Nu is het zo dat zelfs voor de slimste toetsenridders die ons kleine landje rijk is, het onmogelijk is om het tijdstip van oorspronkelijke opstelling aan te wijzen.

Toch is er ìets mee gebeurd, stelt het OM. Het NFI beweert dat het wel dingen kan suggereren. Is op zijn minst verdacht. De controller vindt het eerder verdacht dat documenten die in het dossier als ‘digitaal’ worden aangemerkt, worden gerefereerd aan afgedrukte versies. Bovendien zijn er afzendergegevens aan toegevoegd met Joep als directeur van Wilton Fijenoord. Ten tijde van deze documenten was Joep tenslotte nog helemaal geen directeur bij deze holding. En een papieren document kan helemaal geen metadata bevatten.

Bewijskracht

Voorheen kon men allerlei belangrijke aktes en overeenkomsten (zo u wilt zelfs facturen) waarbij de bewijskracht van datering nog weleens problemen zou kunnen geven (bij bijvoorbeeld schuldeisers, derden of fiscus), laten inschrijven in het belastingregister. De inhoud werd niet opgeslagen, maar wel de omschrijving en de datum. Dat kan nu niet meer. Daartegenover is het sinds 1 januari dit jaar (Belastingplan 2013) wel verplicht om alle rechtshandelingen omtrent verpanding, overdracht of bezwaring van bodemzaken te melden bij de belasting. Zo blijft zij op de hoogte van de staat en omvang van de bodemzaken waar zij beslag op kan leggen in geval van grote belastingschulden.

Louis

Dat brengt ons op het aspect benadeling van schuldeisers. Joep zou aan de vooravond van faillissement tientallen miljoenen aan activa van verschillende bv’s middels akten van cessie onverplicht hebben overgedragen aan weer andere beheermaatschappijen die hem toebehoorden. Het merkwaardige is dat slechts in het faillissementsrapport van Wilton Fijenoord Holding onder het hoofdstuk ‘Pauliana’ een korte vermelding wordt gegeven. ‘In onderzoek’. In het faillissementsrapport van Special Products doet curator Deterink het af met ‘n.v.t.’.

Toch had Deterink wel degelijk een renvooiprocedure lopen met betrekking tot de vernietiging van overdracht van het bedrijfsonderdeel ‘Fennek’. Niet onbelangrijk leesvoer voor de schuldeisers. Volgens het OM verklaarde Deterink tijdens verhoor bij de rechter-commissaris “Geen goed gevoel” te hebben bij de administratie van SP. Waar hij de vinger op kon leggen, was niet duidelijk.

Opmerkelijker was het dat vandaag de naam van curator Louis Deterink viel in een toelichting van Joep. Door het OM wordt Joep als ‘feitelijk’ bestuurder van SP aangemerkt, terwijl hij formeel geen positie had bij SP. Toch is Joep nooit gehoord door de curator of rechter-commissaris. Met de werkelijk financieel bestuurder van SP was het verhoor in vijf minuten afgedaan. Joep bekent uit eigen beweging dat ‘Louis’ een goede privé-bekende was, (tennisclub) en bovendien veel te druk met afhandeling van het faillissement Lg Philips destijds. Ook missen er stukken uit het strafdossier. Liggen nog bij Deterink. Ook in de renvooiprocedure was er gesteggel over de aanlevering van producties (documenten).

Men zou denken dat in geval van slordigheid of persoonlijke betrokkenheid van curator en gefailleerde een belanghebbende beroep zou doen op art. 73 van de Faillissementswet; ontslag en vervanging van de curator. Zeker wanneer het om zoveel en zulke grote belangen gaat. Met banken als schuldeiser, lees; heel veel dure juristen. Helaas was Joep geen formeel bestuurder bij SP. En Justitie heeft art. 73 Fw niet tot haar beschikking.

Middelen

Dit brengt ons bij de beschikbare middelen ter bestrijding van faillissementsfraude. Een gemiddeld rechter-commissaris heeft maar vijf minuten om het faillissementsverslag te lezen, en daarmee dus de afwikkeling van het onderzoek te volgen. In het arrondissement Den Haag wordt het gemiddelde van geslaagde faillissementsfraude-zaken driftig omhoog gehaald door uitsluitend op faillissementen te duiken waar de administratie ontbreekt. Een makkie. Artikel 2:9 juncto 2:10 BW en 2:248 BW.

Als ergens in de drie jaar voorafgaand aan het faillissement de administratie mankeert, is de bestuurder of hij die het beleid bepaalt, persoonlijk aansprakelijk voor het tekort. Ook de Ontvanger heeft dit soort middelen tot zijn beschikking in de Wet Bestuurdersaansprakelijkheid bij Faillissement, maar ook middels de Invorderingswet 1990.

In dit geval is er voldoende administratie. Meer dan 180.000 documenten. Ook lijkt er voldoende bate in de boedels aanwezig om curatoren in hun salaris te voorzien, in geval zij meer geld nodig hebben om fraude of Pauliana (benadeling in de verhaalsmogelijkheden voor schuldeisers) nader te onderzoeken. Mocht dat niet het geval zijn, kan de curator (2:138 tiende lid) de Minister van Justitie verzoeken om een voorschot.

Met tientallen miljoenen die onttrokken zouden zijn, lijkt het belang hier groot genoeg. De gemiddelde leek heeft geen idee hoeveel juridische middelen de curator tot zijn beschikking staan om faillissementsfraude aan te pakken. Men zou zich sterk af vragen of de aanklager dat ook weet. Vermogensrechtelijk bezit de curator (en de belastinginspecteur) meer bevoegdheden dan het OM. En bovendien meer kennis van zaken. Wat doet het OM dan hier?

Joep weet het. Joep weet alles van de wet.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s